!
BSW kampioen 1994.jpg
12 mei 2020

‘Ongelofelijk dat dit in Weert gebeurd is’

Zonder coronacrisis zouden nu de play-offs van de Dutch Basketball League in volle gang zijn. Maar er komt dit seizoen helaas geen kampioen van Nederland. Om toch nog even die bijzondere sfeer in de play-offs op te roepen, gaan we ruim 25 jaar terug in de tijd. Tim Geurts, verslaggever van de regionale krant De Limburger, maakte een fraaie terugblik op het kampioenschap van BSW in 1994, de enige titel ooit voor de Limburgse club. En daarom een hele bijzondere. We zijn De Limburger, Tim Geurts, Mediahuis Limburg en fotograaf Jean-Paul Kuit dankbaar dat we met hun toestemming het verhaal in zijn geheel mogen overnemen. Om zo nog meer basketbalfans te plezieren.

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar mensen lagen ruim 25 jaar geleden in slaapzakken voor de deur om een kaartje voor de titelstrijd van de basketbalmannen van BSW te bemachtigen. Het werd een feest in Weert dat zijn weerga niet kende. „We hadden die hal wel een paar keer kunnen uitverkopen.”

Door Tim Geurts

Toen de basketballers van BSW in 1994 met hangen en wurgen de play-offs haalden, was dat niet meteen reden tot euforie. De Weerter ploeg kwakkelde al het hele seizoen en dus moest er iets gebeuren. Het seizoen mocht niet als een nachtkaars uitgaan, vertelt Dolf Duijvelshoff (50) dik 25 jaar na dato. In het geheim kwamen de spelers bij één van hen bij elkaar om hun hart te luchten. Op de vraag wat er precies werd besproken, volgt een veelbetekende lach bij Duijvelshoff. „Dat is zo lang geleden, dat weet ik toch niet meer.” Wel weet hij nog dat daarna de neuzen weer dezelfde kant op stonden. „Bij BSW was het destijds al snel goed. Ach, we hebben de finale toch gehaald, werd er dan gezegd. Dat was een beetje de strekking; dit keer gaat ons dat niet gebeuren.”

En zo geschiedde. Het was diezelfde Duijvelshoff die in 1994 een paar seconden voor het einde van de wedstrijd tegen Den Bosch naar de kant kwam rennen. De stand was 76-73 voor BSW na een wonderbal ‘zo eentje die je eens in de honderd keer maakt’ van Duijvelshoff. De ploeg kon het landskampioenschap als het ware ruiken, toen coach Oliver van Kempen de vraag kreeg: wat nu? Van Kempen (67) vertelt het alsof het gisteren was en eigenlijk is dat ook zo, erkent de man die BSW de eerste en ook nog steeds enige landstitel bezorgde. Het Een enorm feest barstte los in Weert nadat BSW in 1994 voor het eerst en ook nog steeds voor het laatst landskampioen was geworden. © Jan-Paul Kuit ‘Ollie Ollie Ollie’ schalde dat jaar regelmatig door de sporthal. „Dat scandeerde het publiek dan”, vertelt Van Kempen. Weemoedig: „Alles staat nog op het netvlies.”

Slaapzakken

Terug naar die zinderende wedstrijd tegen Den Bosch. Uiteindelijk besloot Van Kempen geen vrije worpen weg te geven, maar de druk bij Den Bosch te leggen. „Iedereen bij ons wist dat de bal naar Mike Vreeswijk zou gaan. Toen die de driepunter miste, kon het feest beginnen.” En gefeest werd er. „Het was abnormaal. De mensen lagen in de dagen voor de wedstrijd in slaapzakken voor de deur. We hadden die hal wel een paar keer kunnen uitverkopen. Er kwamen mensen uit Urk kijken, de coach van Den Helder belde me voor de wedstrijd nog om te zeggen dat we moesten winnen. Iedereen gunde het ons.”

Reden daarvoor was dat BSW de hegemonie doorbrak. Den Bosch of toch Den Helder? Dat was destijds ieder jaar weer de vraag als de basketbalcompetitie begon, totdat BSW een einde maakte aan die elf jaar waarin steevast een van die twee teams kampioen werd. De Weertenaren deden dat in stijl door eerst Den Helder te verslaan, waarna Den Bosch in de finale wachtte. Duijvelshoff: „Ik weet nog dat ik voor een van die finalewedstrijden al lag te slapen toen de telefoon ging. Was dat Meindert van Veen (een van Nederlands bekendste basketbalcoaches red.): ‘Je wint godverdikkeme wel van die Bosschenaren’, zei hij. En dat was het, daarna hing hij op. Den Bosch was altijd een beetje hooghartig. Ook in die finale. Zo van BSW doet leuk mee, maar uiteindelijk winnen we toch wel.”

Maar BSW, een ‘samenwerkingsverband’ tussen coach Van Kempen en Henk Konings, steeg boven zichzelf uit. „Je kijkt eerst wat je aan Nederlanders hebt. Nou, dat was al heel wat en die hebben we gekoesterd”, vertelt Konings. Daarna ging de blik over de oceaan richting Amerika. „Veel clubs in Europa kijken bij het halen van Amerikanen veel te veel naar statistieken, maar mijn stelregel is: de eerste Amerikaan die je haalt moet er eentje zijn die zijn teamgenoten van de vloer raapt als het nodig is. Jeff Malham was dat voor ons. Hij was de lijm van het team. En Claudius Johnson was een beest onder de ring. Een krachtbeer van de eerste orde.”

Maar ook iemand die rond de winter diepongelukkig in Weert rondliep. „Hij zat vreselijk in de put, had enorme heimwee. Daar heb ik toen veel tijd in gestoken. Het is ook niet niks. Die jongens komen vaak uit een beschermde omgeving, missen hun familie. Maar nadat Johnson in de kerstperiode naar huis was geweest, kwam hij ijzersterk terug”, herinnert Konings zich nog.

Flauwvallen

Het kwam allemaal samen op die dag in april van het jaar 1994. Toen BSW geschiedenis schreef en de landstitel opeiste. „Het was een gekkenhuis daarna. Ik werd omhelsd door een supporter meteen na de wedstrijd, maar ik was echt total loss. Ik viel bijna flauw, moest die supporter echt van me afduwen. Later zag ik nog een foto van die dag, gemaakt in de kleedkamer. Iedereen schreeuwt en loopt gek te doen, maar ik zit helemaal stil in een hoekje. Zo kapot was ik”, vertelt Duijvelshoff.

Ook Van Kempen maakte die eerste festiviteiten niet mee. Meteen na afloop vluchtte hij de gangen in. „Daar ben ik wat rond gaan lopen, die spanning moest eruit. Ik wist eigenlijk niet wat me overkwam, had even de tijd nodig om weer met beide benen op de grond te komen.” Zelfs nu, dik 25 jaar na dato, lijkt Van Kempen nog af en toe verbaasd dat het destijds toch lukte. Of zoals hij het zelf verwoordt: „Ongelofelijk dat dit in Weert gebeurd is.”

Foto: Jean-Paul Kuit (www.fotografiekuit.nl)