!
Scheidsrechter Reinier van der Sluis .jpeg
20 oktober 2020

‘Op het hoogste niveau met topsport bezig zijn, dat is het mooiste dat er is’

Door Ronald van Dam

Het scheidsrechterskorps neemt afscheid van twee oudgedienden. Als de Dutch Basketball League over een aantal weken hopelijk weer wordt hervat, gebeurt dat zonder Reinier van der Sluis (49) en Paul den Hartog (54). De een floot 21 jaar in de eredivisie bij de mannen, de ander 24. Genoeg reden om met beiden terug te blikken op een mooie loopbaan als basketbalscheidsrechter. Van der Sluis is al eerste aan de beurt. ‘Hoe langer je meedraait, hoe meer je tegen spelers en coaches kunt zeggen’.

Reinier van der Sluis was er al vroeg bij als scheidsrechter. Bij Racing Amsterdam – een club die actief was in de Apollohal, maar inmiddels niet meer bestaat – haalde hij op 14-jarige leeftijd zijn F-diploma. “Zo ging dat. De club vraagt of je wilt gaan fluiten en dan ga je dat doen. Ik vond het meteen ook wel leuk en toen ik een jaar of zeventien was, ben ik in het Rayon gaan fluiten, en op mijn negentiende al landelijk. Inderdaad, ik was nog vrij jong. Ook Paul den Hartog ging in die periode landelijk fluiten, we zijn in dat opzicht generatiegenoten en samen opgeklommen. Waarom ik dat wilde? Een combinatie van de mentale en fysieke uitdaging om op topsportniveau wedstrijden te begeleiden.”

Hij is nu 49 jaar en had eigenlijk door willen gaan tot zijn vijftigste, maar het coronavirus gooide roet in het eten. “Ik ben op mijn zevenentwintigste in de manneneredivisie gaan fluiten. De vijftig halen, was het doel. Maar ik had geen motivatie meer voor dit seizoen. Die was al aan het verdwijnen toen de competitie vorig seizoen voortijdig werd afgebroken. Je ziet nu hoe het loopt door COVID-19, het was een goed moment om te stoppen. 21 jaar eredivisie, 21 mooie jaren. Ik heb het met plezier gedaan. Je bent op het hoogste niveau met topsport bezig, dat is het mooiste dat er is. Als speler was me dat niet gegund, maar op deze manier wel.”

Spelers die boos zijn als ze een persoonlijke fout krijgen, coaches die je proberen te bespelen, toeschouwers die het op je hebben gemunt. De scheidsrechter is soms de Kop van Jut, maar dat heeft Van der Sluis nooit als zodanig ervaren. “In het begin was het wel lastig, als jonge scheidsrechter word je er uitgepikt. Dan zijn er wel eens momenten dat je denkt: moet ik deze week weer naar die hal!? Maar naarmate je ouder wordt en langer fluit, verandert dat. Dan krijg je vanzelf meer respect. Hoe langer je meedraait, hoe meer je tegen spelers en coaches kunt zeggen. Je relatie verandert, met name met coaches en de oudere spelers die al wat langer rondlopen.”

Arbitrage Reinier van der Sluis Ricoh.jpeg

Hoeveel play-off finales en bekerfinales hij heeft gefloten, Van der Sluis heeft het niet bijgehouden. Het liefst floot hij een finale om de Basketball Cup. “Die ene wedstrijd waar het allemaal omgaat, met veel publiek, in die flow, dat vind ik het mooist. En dan vooral in de tijd dat je nog met z’n tweeën floot. Toen kon je nog niet op de bagagedrager van de derde collega springen, bij wijze van spreken. Je moest het met zijn tweeën doen. Heerlijk, als dat dan ook lukte.”

Over de vraag hoe hij zichzelf als scheidsrechter zou omschrijven, hoeft Van der Sluis niet lang na te denken. “Als een manager in het veld die een wedstrijd in goede banen moet leiden en optreedt waar nodig. Ik denk dat ik een benaderbare scheidsrechter was. Ik praat veel, in het dagelijks leven, maar ook als arbiter, dat heb ik altijd gedaan. Natuurlijk waren er momenten dat je dacht: zo, nu is het genoeg. Maar over het algemeen was ik voor spelers en coaches benaderbaar. Daarom heb ik het volgens mij ook 21 jaar vol kunnen houden in de eredivisie.”

Of hij het al mist? “Als je zolang op het hoogste niveau hebt gefloten, wordt het een deel van je leven. Je bent gewend om op zaterdag in de auto te stappen en ergens naartoe te rijden. Dat is nog wel even wennen. Maar ik blijf actief op het arbitragevlak. De bond heeft me gevraagd om als waarnemer/coach naar wedstrijden te gaan om jonge scheidsrechters te beoordelen en te begeleiden. Zoiets moet je niet de rest van je leven doen, maar de eerstkomende jaren zeker. Ik ben nu net gestopt, ik heb met die jonge scheidsrechters nog samen gefloten. Nu is het moment om die 21 jaar ervaring over te brengen.”